Oktober 2018

Jouw persoonlijke Engelbewaarder – Spreken met GOD

Mijn welbeminden! Het grootste deel van de mensen gelooft niet meer in de Engelen. En de schijnbare Engelen, waarin men ge­looft en die men vereert, zijn geen Engelen maar elfen. En­ge­len met borsten of vleugeltjes zijn geen dienaren van GOD, geen Hemelse Engelen. Want een Engel is zo enorm, men kan hem niet onbeduidend voorstellen. Het is misschien bij kleine kin­de­ren goed als men hen de Engelen op een lieflijke manier ver­klaart.

In de Hemel zijn ontelbare Engelen. Van deze neemt GOD steeds weer een Engel en stuurt hem op de aarde naar een nieuwe mens. Zodra in de schoot van de moeder het eerste orgaan, het hart, slaat geeft GOD in deze wordende mens Zijn Adem, de ziel, zoals Hij het bij Adam, de eerste mens, heeft gedaan en plaatst een Engel aan zijn zijde. De Engel houdt meer van je dan ooit iemand van je kan houden. En als zich iemand voor jou zou op­offeren; alles voor je zou doen, zich zou vergeten, het zou dan nog niet die liefde zijn die de Engelbewaarder je geeft. De Engel zou heel veel kunnen doen. Maar het lijkt me soms dat hij een butler is, die alleen achter je staat en op verzoeken van jou wacht om ze te vervullen, als ze volgens de bedoeling van GOD zijn. Men kan natuurlijk niet van hem verlangen dat hij iets doet wat GOD niet bevalt. Een Engel ziet GOD altijd en hij wil je weer naar je VADER in de Hemel leiden. Want je kwam van GOD en moet weer naar Hem terug, want GOD gaf je Zijn Adem. Alleen door de Adem van GOD kun je Mens zijn, anders zou je als een dier zijn of alleen een klomp vlees.

Men moet luisteren
Jullie zouden ook de Engelbewaarder kunnen horen als jullie de genade in jullie hebben. Maar het is zo, zoals het ook tussen broers en zussen, of vooral in een huwelijk tussen man en vrouw is: men moet naar de ander luisteren. Eerst moet men vragen: ‘Waarom heb je dat nu zo gezegd, zo gedaan? Wat heb je daar­mee bedoeld? Hoe zie je dat?’ Als men een kind ziet dat iets doet wat niet goed is, dan scheldt men niet gewoon, maar vraagt: ‘Wat heb je daarbij gedacht? Zeg het me.’ Dan pas kan men oor­delen. Zo is het ook bij GOD, bij de Hemelburgers, vooral ook bij de Engelbewaarder: men moet luisteren. Maar voordat men hem kan horen, moet men hem natuurlijk leren kennen. Men moet een verbinding met hem aangaan, meer met hem verkeren. Ik kan niet liefhebben wat ik niet ken. GOD zien is in het al­ge­meen niet gebruikelijk; er zijn uitzonderingen. Maar men kan hem ho­ren, maar meestal niet met de oren, maar in het hart.

Weten jullie hoeveel pijn het me doet, als ik onderweg ben en me wordt getoond hoe de Engelbewaarder een mens, door diens zon­digheid, op grote afstand volgt. Men ziet dit vaak bij mo­ham­me­danen, bij wie de vrouw een paar passen achter de man moet aan lopen. Terwijl de Engel achteraan naloopt, bidt hij met in­nig­heid voor dit ... mehr